de papieren hallucinatie - column

De Papieren Hallucinatie


Onlangs op TV: artsen brengen zo’n 40% van hun tijd door achter de computer. Niet om te kijken naar scans, uitslagen en röntgenfoto’s maar om hun administratie bij te werken. Voor wijkverpleegkundigen is het nog erger: maar liefst 48,5% van hun tijd zijn ze er mee bezig. Het is natuurlijk niet voor het eerst dat deze geluiden klinken; zorgbreed, in het onderwijs en op veel meer plaatsen wordt er over geklaagd. Waar komt die administratiedrang toch vandaan?

De digitale revolutie is zeker medeplichtig. Tegenwoordig is het niet alleen mogelijk maar zelfs eenvoudig om van alles en nog wat digitaal vast te leggen. Nou ja, eenvoudig … menigeen klaagt dat de simpelste dingen in meerdere onafhankelijke systemen moeten worden vastgelegd. Die digitale revolutie blijft dus nog wel even work in progress.

Dat iets kán, wil nog niet zeggen dat we het ook moeten doen. We kunnen de moderne mogelijkheden dan ook niet zomaar de schuld geven van onze registratiedrift. En alleen de vaststelling dat het middel tot doel verheven wordt, is een open deur; iedereen kan zien dat administratie te vaak functioneert als een heilig verklaarde bestemming en niet als een nuttig voertuig om ergens te komen. Professionals moeten terug naar hun bedoeling en software moet echt een gereedschap worden.

Er zijn diepere oorzaken. Onze collectieve verontwaardiging over incidenten is er eentje van. Bijna dagelijks slaan de media rood uit over het zoveelste schandaal wat aan de kaak moet worden gesteld. ‘Dat moet toch niet kunnen’ verzucht de geïnterviewde medelander in de reportage en hoppatee, weer een setje regels erbij in de betreffende bedrijfstak. ‘Waar gewerkt wordt, worden fouten gemaakt’, zo weet iedereen, maar het lijkt er op dat fouten maken totaal uitgebannen moet worden. Het aantal generieke regels wat gericht is op het voorkomen van incidenten rijst de pan uit. Natuurlijk moeten we 100% voorkomen dat onze kerncentrales ontploffen en natuurlijk moeten we onze kinderen beschermen tegen misbruik. Maar ondertussen zijn er zoveel als onzinnig ervaren regels dat mensen ze niet meer begrijpen én er geen begrip meer voor hebben.

Maar regels leiden nog niet automatisch tot meer administratie. Verder spittend naar de belangrijkste bron vinden we  een diep geworteld wantrouwen. Want: zou de prikklok bestaan als we onze medewerkers echt zouden vertrouwen? Zouden we een wijkverpleegkundige vragen om een keur aan formulieren in te vullen voor een paar steunkousen als we haar zouden vertrouwen? Of zouden we dan wijzen en zeggen ‘daar liggen ze, let even op de maat’.

Ik ben zelden pessimistisch over de toekomst maar hier hebben we toch wel een puntje want ik zie dat maatschappelijk wantrouwen niet snel slinken; het lijkt zelfs te groeien. Dat wil niet zeggen dat je binnen je eigen organisatie vertrouwen niet kunt inzetten als instrument voor meer succes. Kijk maar eens naar Buurtzorg Nederland, dat is een mooi voorbeeld waar duidelijk vertrouwen gesteld wordt in de capaciteiten van de professional. Geen management, geen overdreven registratiedrift; de professionals regelen alles zelf. Dát is vertrouwen stellen. En dat werkt prima. Gelukkig zijn er steeds meer organisaties waar autonomie en vertrouwen meer ruimte krijgen en tot nu toe lees en hoor ik alleen positieve ervaringen. Uiteindelijk is het met vertrouwen en wantrouwen net zo als met boeren: je oogst wat je zaait.


Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

meer films →

meer tips →

Scroll naar top